Het leukste aan werken vind ik altijd hoe samenwerking tussen mensen kan leiden tot fantastische resultaten. Ongelofelijk hoe mensen soms zo creatief, vindingrijk, associatief of resultaatgericht zijn.
In mijn rol als commandant van een 1-koppig burn-out brandweercorps, heb ik de beschikking over een ruime bus die is uitgerust om mijn workshops of promotie te doen. Of coaching op locatie. In het leger heb ik vroeger geleerd hoe je organiek moet bepakken en voor iedere rit voertuiginspectie moest doen aan de hand van een onderhoudskaart.
Net zoals mensen gereedschap zijn om taken te verrichten, van a naar b te gaan, vaak gericht zijn om een doel te behalen, zo moet ook mijn gereedschap in de juiste van onderhoud staat zijn, op de juiste plek liggen en uiteraard werken. Dat maakt mij afhankelijk van deze bus.
Mijn bus staat deze week bij de zo ongeveer nog enige overgebleven Mercedes oldtimer- specialist in Nederland Autotechniek Kapel. Dit is een plek waar drie jonge mensen met passie liefde en kennis deze auto’s in rijdbare staat houden. Ze zijn servicegericht en als je er bent nemen je graag mee voor een kijkje onder de brug en voor tips voor onderhoud. Ondanks dat deze garage tot ver in oktober is volgeboekt nemen ze de tijd voor je; en dat voelt welkom. De drie monteurs delen de liefde voor de auto’s maar ook voor mensen. Een echt team. Dat voel je.
Bij de Koninklijke Landmacht vroeger hadden we het soms over een “Van Rijkswege opgedrongen OTAS-vriend.” Als je het over een collega had. Het was een grappig bedoelde term die refereerde aan het OrganisatieTabel & AutorisatieStaat, zeg maar een blauwdruk van personeel & materieel binnen een bepaalde eenheid. Het kwam erop neer dat je je collega’s niet uitkiest.
Bij de Landmacht werd je toentertijd geschikt bevonden om te dienen aan de hand van een korte intake, een sporttest & psychologische test. That’s it. Daarna mocht je een wapen- of dienstvak kiezen, zoals bijvoorbeeld infanterie of Technische Dienst. Na de opleiding werd je met volkomen vreemden ingedeeld bij een legereenheid en kreeg je een functie en een paar strepen of sterren die hiërarchisch het onderscheid bepaalden.
“En toen moest je het maar uitzoeken met je “opgedrongen OTAS-vrienden.”
Je leerde organiek bepakken, samen crisissen beheersen, handgranaten gooien, maar vooral ook heel veel onderhoud doen. Alles gericht op routine, zodat je het met je ogen dicht nog kon doen, of zonder licht ‘s-nachts kon vinden.
Wat ze al vroeg in de smiezen hadden bij het leger was het feit dat je nooit iets alleen doet. Vanaf het begin af aan in de opleiding had je een “buddy”. Iemand die controleert of je alles bij je hebt, of het goed met je gaat als je wat stiller wordt tijdens een speedmars, of die je heimwee-verhaal aanhoort in een uitzendgebied. Door dit systeem leer je je “OTAS-vriend” snel kennen. Niet in de laatste plaats omdat je vaak meer tijd met deze buddy doorbracht dan met je familie.
“En dan was het niet eens zaak of je elkaar wel aardig vond. Je bent afhankelijk van elkaar.”
Onder minder comfortabele omstandigheden leer je jezelf en een ander sneller kennen, of je nou wilt of niet: je bent afhankelijk van elkaar; op elkaar aangewezen om het doel te behalen. Iemand ‘achterlaten’ was ondenkbaar. Dan moest je weer terug naar start. Niet alleen, maar de hele groep of het peloton.
Die onderlinge afhankelijkheid zou ieder team of organisatie kunnen helpen verder te komen. Maar daarvoor moet je talenten onderkennen en investeren in elkaar. Je moet blootleggen welke rol iemand speelt in je eigen team. Wat de angsten en vrezen zijn en waar je goed op scoort.
Bovenal moet je als leider je eigen afhankelijkheid durven tonen. Dat niets je lukt zonder een goed uitgerust peloton dat vakbekwaam en als team aan een wedstrijd begint. Dat je als leider de eindstreep bepaalt, maar niet de weg ernaar toe.
En dat vergt lef en inzet. Loslaten en vasthouden, testen, trainen, uitzenden en weer terugkomen. Medailles behalen, maar vooral ook veel reflectie en onderzoek. Op jezelf en je team.
Onderlinge afhankelijkheid creëer je niet in de koffiepauze door een praatje over het afgelopen weekend. Het vraagt serieus werk en investering van ieder mens binnen een organisatie.
Maar als je het hebt, laat het je nooit meer los.